De Theos zegende Nóe en zijn zonen, en hij zei tegen hen: "Groei en vermenigvuldig en vervul de aarde en verkrijg er heerschappij over.
En de vrees voor jullie en rilling zal zijn over alle wilde beesten van de aarde, over al het gevleugelde van de hemel, en over al het bewegende op de aarde, en over alle vissen van de zee. Onder [jullie] handen, heb ik [hen] aan jullie gegeven.
En iedere kruipende dat levend is zal voor jullie tot voedsel zijn. Als kruiden van gras heb ik jullie alles gegeven.
Behalve vlees met bloed van [de] ziel zullen jullie niet eten.
En wegens jullie bloed van jullie ziel vanuit de hand van alle wilde beesten zal ik het vorderen. En vanuit de hand van een mens zijn broer zal ik het vorderen.
Degene vergietende bloed van een mens, in ruil daarvoor zal zijn bloed worden vergoten, want in Theos' gelijkenis maakte ik de mens.
Maar jullie: groei en vermenigvuldig en vervul de aarde en verkrijg er heerschappij over."
En de Theos zei tot Nóe en tot zijn zonen met hem, zeggende:
"En zie, ik verrijs mijn verbond met jullie en met jullie zaad na jullie,
en iedere levende ziel na jullie, van vogels en van vee, en met al de wilde beesten van de aarde, zovelen als er zijn met jullie, van allen voortkomende vanuit de kist.
En ik zal mijn verbond met jullie tot stand brengen. En alle vlees zal niet langer sterven van het water van het cataclysme. En er zal geen cataclysme van water meer zijn om de gehele aarde te corrumperen."
En de heer Theos zei tot Nóe: "Dit is het teken van het verbond dat ik zette tussen mij en jullie, en tussen elke levende ziel die met jullie is voor aeoniale generaties.
Ik plaats mijn boog in de wolk, en het zal zijn voor een teken van het verbond tussen mij en de aarde.
En het zal zijn in mijn bijeenbrengende [de] wolken over de aarde, [dat] mijn boog zal worden gezien in de wolk.
En ik zal mijn verbond herinneren, dat tussen mij en jullie, en tussen iedere levende ziel in alle vlees. En daar zal niet langer water voor een cataclysme zijn, om zo al het vlees weg te vagen.
En mijn boog zal in de wolk zijn, en ik zal het zien om het aeoniale verbond tussen mij en de aarde herinneren, en tussen elke levende ziel die is in alle vlees op de aarde."
En de Theos zei tot Nóe: "Dit is het teken van het verbond dat ik heb gesloten tussen mij en alle vlees dat op de aarde is."
Nu, de zonen van Nóe, degene voortkomende vanuit de kist, [zijn] Sem, Cham, Iapheth. En Cham was de vader van Chanaán.
Deze drie zijn de zonen van Nóe. Vanaf deze was [het] verspreid over al de aarde.
En de mens Nóe begon een landarbeider van de aarde te zijn, en hij plantte een wijngaard.
En hij dronk van de wijn en werd dronken, en werd naakt in zijn huis.
En Cham, de vader van Chanaán, zag de naaktheid van zijn vader. En voortgaande rapporteerde hij [het] aan zijn twee broers buiten.
En Sem en Iapheth namen een bovenkleed en deden [het] op hun rug en gingen achteruit en bedekten de naaktheid van hun vader. En hun gezicht [was] achterwaarts. En zij zagen niet de naaktheid van hun vader.
En Nóe ontnuchterde van de wijn, en wist zo veel als zijn jongere zoon had gedaan tot hem.
En hij zei: "Wees vervloekt, kind Chanaán. Een dienaar zal hij zijn [tot] zijn broers."
En hij zei: "Gezegend zij de heer Theos van Sem. En Chanaán zal zijn huishoudbediende zijn.
Moge de Theos ruimte maken voor Iapheth, en hem in de verblijfplaatsen van Sem laten wonen. En laat Chanaán zijn dienaar zijn.
En Nóe leefde na het cataclysme drie honderd vijftig jaren.
En alle dagen van Nóe waren negen honderd vijftig jaren, en hij stierf.