En Iakob opkijkende zag. En zie: zijn broer Esau [was] komende, en vierhonderd mannen met hem. En Iakob verdeelde de kinderen over Leia en over Rachel, en de twee dienstmaagden.
En hij deed de twee dienstmaagden en hun zonen als eerste [gaan], en Leia en haar kinderen daarna, en Rachel en Ioseph als laatste.
Maar hij ging voor hen uit, en bracht zevenmaal eerbetuigingen op de grond, totdat hij [tot] zijn broer naderde.
En Esau rende hem tegemoet. En hem vastpakkend kuste hij [hem]. En hij viel hem om de hals en kuste hem. En zij huilden allebei.
En Esau opkijkende zag de vrouwen en de kinderen en zei: "Wat zijn deze tot jou?" En hij zei: "De kinderen waarmee de Theos barmhartigheid betoonde aan uw dienaar."
En de dienstmaagden en hun kinderen kwamen naderbij, en brachten eerbetoon.
En Leia en haar kinderen kwamen naderbij en brachten eerbetoon. En hierna kwamen Rachel en Ioseph naderbij, en brachten eerbetoon.
En hij zei: "Wat zijn dit tot jou, al deze kampen die ik heb ontmoet?" En hij zei: "Opdat uw dienaar gunst bij u zou mogen vinden, heer."
En Esau zei: "Er is veel tot mij, broer. Laat het jouwe van jou zijn."
En Iakob zei: "Als ik gunst vond vóór u, neem dan de geschenken via mijn handen. Hierdoor zag ik uw gezicht, alsof iemand [het] gezicht van Theos zou hebben mogen gezien, en goed over mij zou denken.
Neem de [gaven] van mijn zegeningen, die ik u heb gebracht, omdat de Theos barmhartigheid aan mij heeft getoond, en er is voor mij alles [dat ik nodig ben]." En hij dwong hem, en hij nam [dit aan].
En hij zei: "Vertrekkende zullen we recht [-uit] gaan."
En hij zei tot hem: "Mijn heer weet dat de kinderen teer zijn, en de schapen en de ossen bij mij zijn aan het bevallen. Als ik ze dan nog een dag zou opdrijven, zal al het vee sterven.
Laat mijn heer voortgaan vóór zijn dienaar. En ik zal kracht winnen op de weg overeenkomstig [het] gemak van de tocht vóór mij, en overeenkomstig [de] voet van de knaapjes, tot mij komst tot mijn heer tot in Seéir."
En Esau zei: "Ik zal bij jou achterlaten van het volk van [degenen] die bij mij zijn." En hij zei: "Waarom dit? [Het is] genoeg dat ik bij u in de gunst ben gekomen, heer."
En Esau keerde op die dag terug op zijn weg naar Seéir.
En Iakob vertrok tot in [zijn] tenten. En hij maakte zich daar een onderkomen. En voor zijn vee maakte hij [ook] tenten. Daarom noemen zij de naam van die plaats: Tenten.
En Iakob kwam te Salem, een stad van Sikima, die in [het] land van Chanaán is, toen hij terugkeerde uit Mesopotamia van Syria. En hij sloeg zijn kamp op naast [het] gezicht van de stad.
En hij verwierf het deel van het veld, waar hij zijn tent zette, van Emmor, [de] vader van Sychem, [voor] honderd lammeren.
En hij richtte daar een altaar op en riep de Theos van Israél aan.