En Iakob riep zijn zonen en zei tot hen: "Kom samen zodat ik kan vertellen wat er met jullie zal gebeuren in de laatste dagen.
Kom bijeen en hoor mij, zonen van Iakob. Luister naar jullie vader IsraƩl.
Rouben, jij [bent] mijn eerstgeborene, mijn kracht en de eerste van mijn kinderen, moeilijk om te verdragen, hard [en] zelfgenoegzaam.
Jij werd wellustig als water. Kook niet over, want jij klom op het bed van jouw vader. Toen bedoezelde jij de bank, waar jij naar boven ging.
Symeon en Levi [zijn de] broers [die] onrecht hebben bedreven door hun keuze.
Moge mijn ziel niet in hun raad komen, en laat mijn innerlijke delen niet aandringen op hun gezelschap, want in hun toorn hebben zij mensen gedood, en in hun verlangen verlamden zij een stier.
Vervloekt zij hun toorn, want het was zelfgenoegzaamheid, en hun boosheid, want het was wreed. Ik zal ze verdelen in Iakob, en ze verspreiden in IsraƩl.
Iouda: Mogen jouw broers jou loven. Wees jouw handen op de rug van jouw vijanden. De zonen van jouw vader zullen eer betonen tot jou.
Een leeuwenwelp ben jij, Iouda. Van een scheut, mijn zoon, ging jij omhoog. In rust sliep jij als een leeuw. En als een welp, wie zal hem wekken?
Het zal een heerser niet mislukken vanuit Iouda, noch een overste van zijn dijen, totdat wat voor hem is opgeslagen komt. En hij is de verwachting van naties.
Bindende zijn veulen aan [een] wijnstok, en het veulen van zijn ezel aan de rank, zal hij zijn mantel wassen in wijn, en zijn kleed in het bloed van een tros druiven.
Zijn ogen zullen vrolijker zijn dan wijn, en zijn tanden witter dan melk.
Zaboulon zal zich bij de zee vestigen, en hij [zal] zijn nabij een haven van schepen, en zal zich uitstrekken tot aan Sidon.
Issachar begeerde het goede, rustende tussen de erfenissen.
En ziende de rustplaats, dat het goed was, en het land, dat het rijk was, onderwierp hij zijn schouder aan arbeid, en werd een boer.
Dan zal zijn eigen volk berechten, als ook ƩƩn stam in IsraƩl.
En laat Dan op de weg een slang worden, het pad omsingelend, bijtend in de hiel van [een] paard, en de ruiter zal achterovervallen,
in afwachting van de verlossing van de heer.
Gad: [Een] roversbende zal hem overvallen, maar hij zal hen dicht op de hielen plunderen.
Aser: Zijn brood [is] vet, en hij zal heersers weelderigheid geven.
NephthaleĆm is een spreidende stengel, die schoonheid schenkt door de producten.
Ioseph is een toegenomen zoon. Mijn ijverige zoon is toegenomen. Mijn jongste zoon, keer terug naar mij.
Iemand op wie ze, terwijl zij beraadslaagden, zouden schimpen, en [de] meesters van pijlen zouden het op hem hebben.
Maar hun boog en pijlen werden machtig verteerd, en de zenuwen van hun armen werden verslapt door de hand van de machtige van Iakob. Vanaf dat moment is hij degene die IsraƩl versterkte vanuit de Theos van jouw vader.
En mijn Theos hielp jou, en hij zegende jou met de zegening van de hemel van boven, en de zegen van de aarde die alle [dingen] bevat, vanwege [de] zegening van [de] borsten en van [de] baarmoeder.
[De] zegening van jouw vader en jouw moeder, het heeft gezegevierd boven de zegening van de stabiele bergen, en boven de zegeningen van de altijd stromende duinen. Zij zullen op het hoofd van Ioseph zijn, en op de kruin van de broers van wie hij leidde.
Beniamin [is een] verscheurende wolf: In de vroege ochtend zal hij nog steeds verslinden, en 's avonds zal hij voedsel uitdelen.
Al deze [zijn] de twaalf zonen van Iakob. En dit sprak hun vader tot hen, en hij zegende hen. Ieder overeenkomstig zijn zegening zegende hij hen.
En hij zei tot hen: "Ik sta [op het punt om] aan mijn volk te worden toegevoegd. Begraaf mij met mijn vaders in de grot die in het veld van Ephron de Chettaion is,
in de dubbele grot die tegenover Mambre ligt, in het land van ChanaƔn, de grot die AbraƔm van Ephron de Chettaion verwierf bij de aankoop van een graf.
Daar begroeven zij AbraƔm en zijn vrouw Sarra. En daar begroeven zij IsaƔk en zijn vrouw Rebekka. En daar begroeven zij Leia,
bij het verwerven van het veld en van de grot die daarin is, van de zonen van Chet.
En Iakob hield op zijn zonen orders te geven. En optillende zijn voeten naar het bed ademde hij zijn laatste en werd hij toegevoegd aan zijn volk.