En Iakob optillende [zijn] voeten ging tot in [het] land van [het] oosten, naar Laban, de zoon van BathouƩl de Syros, broer van Rebekka, moeder van Iakob en Esau.
En hij zag, en zie: [Er was een] put in de vlakte. En er waren drie kudden schapen die erop rustten, want vanuit die put gaven zij de kudden water. Maar er was een grote steen op de mond van de put.
En daar kwamen alle kudden samen. En zij rolden de steen weg van de mond van de put, en zij gaven de kudden water, en herstelden de steen op de mond van de put op zijn plaats.
En Iakob zei tegen hen: "Broers, van welke plaats zijn jullie?" En zij zeiden: "Wij zijn van Charran."
En hij zei tegen hen: "Kennen jullie Laban, de zoon van Nachor?" En zij zeiden: "We kennen [hem]."
En hij zei tegen hen: "Is hij wel?" En zij zeiden: "Hij is wel." En zie: Zijn dochter Rachel komt met de schapen.
En Iakob zei: "Er is nog veel dag, [want] nog niet [is het] uur [voor] het vee om bijeen te worden gebracht. Hebbende de schapen water gegeven [en] zendende hen voort, laat [ze] grazen."
En zij zeiden: "Wij zijn niet in staat [om dit te doen] tot de samenkoming van alle herders, en zij zouden de steen wegrollen van de mond van de put, en wij zullen de schapen water geven."
Terwijl hij sprekende [was] tot hen, en zie: Rachel, de dochter van Laban, kwam met de schapen van haar vader, want zij weidde de schapen van haar vader.
En het geschiedde toen Iakob zag Rachel, de dochter van Laban, de broer van zijn moeder, en de schapen van Laban, de broer van zijn moeder, dat Iakob naar voren komende de steen wegrolde van de mond van de put. En hij gaf water aan de schapen van Laban, de broer van zijn moeder.
En Iakob kuste Rachel. En schreeuwende [met] zijn stem huilde hij.
En hij berichtte aan Rachel dat hij een broer van haar vader is, en dat hij een zoon is van Rebekka. En zij rende naar haar vader om over deze woorden verslag uit te brengen.
En het geschiedde toen Laban de naam Iakob hoorde, de zoon van zijn zuster, [dat] hij hem tegemoet rende. En hem omhelzende kuste hij hem en bracht hem in zijn huis. En hij beschreef [aan] Laban al deze woorden.
En Laban zei tegen hem: "Vanuit mijn beenderen en vanuit mijn vlees ben jij." En hij was een volle maand van dagen bij hem.
En Laban zei tegen Iakob dat: "Omdat jij mijn broer bent zul jij mij niet zonder betaling dienen. Vertel mij wat jouw loon is."
En [tot] Laban waren er twee dochters: [de] naam van de oudere [zijnde] Leia, en [de] naam van de jongere [zijnde] Rachel.
Maar de ogen van Leia [waren] zwak. Rachel daarentegen was goed [van] het zicht en buitengewoon bloeiend in verschijning.
En Iakob hield van Rachel. En hij zei: "Ik zal u zeven jaren dienen voor uw jongere dochter Rachel."
En Laban zei tot hem: "[Het is] beter voor mij om haar aan jou te geven, dan voor mij om haar aan een andere man te geven. Jij verblijft bij mij."
En Iakob diende voor Rachel zeven jaren, en zij waren voor hem als enkele dagen, door zijn liefde voor haar.
En Iakob zei tegen Laban: "Geef aan mij mijn vrouw, want de dagen zijn vervuld om tot haar binnen te gaan."
En Laban verzamelde alle mannen van de plaats, en maakte een bruiloft.
En het werd avond. En hij nam zijn dochter Leia mee en bracht haar tot Iakob. En Iakob ging binnen naar haar.
En Laban gaf zijn dienstmaagd Zelpha aan zijn dochter Leia [als] haar dienstmaagd.
En het gebeurde in de ochtend, en zie: Het was Leia! En Iakob zei tegen Laban: "Wat [is] dit dat u mij hebt aangedaan? [Was het] niet vanwege Rachel [dat] ik voor u diende? En waarom heeft u mij bedrogen?"
En Laban zei: "Het is niet zo in onze plaats om de jongere voor de oudere te geven.
Jij voltooit dan deze zevenden, en ik zal aan jou ook deze vrouw geven voor het werk waarvoor jij voor mij zult werken, nog eens zeven jaren."
En Iakob deed zo en vervulde deze zevenden. En Laban gaf tot hem zijn dochter Rachel, tot hem [als] vrouw.
En Laban gaf de dienstmaagd Balla aan zijn dochter [als] haar dienstmaagd.
En hij ging binnen naar Rachel. En hij hield meer van Rachel dan van Leia. En hij diende hem nog eens zeven jaren.
Toen de heer Theos zag dat Leia werd gehaat, opende hij haar schoot. Maar Rachel was onvruchtbaar.
En Leia concipieerde en baarde een zoon tot Iakob. En zij noemde zijn naam Rouben, zeggende: "Omdat [de] heer mijn vernedering zag en hij mij een zoon gaf. Nu dan zal mijn man van mij houden."
En zij concipieerde opnieuw en baarde een tweede zoon tot Iakob. En zij zei: "Omdat [de] heer hoorde dat ik gehaat ben, gaf hij daarnaast tot mij ook deze." En zij noemde zijn naam Symeon.
En zij concipieerde opnieuw en baarde een zoon, en zei: "In deze tijd zal mijn man bij mij zijn, want ik baarde tot hem drie zonen." Vanwege dit noemde zij zijn naam Levi.
En zij concipieerde opnieuw en baarde een zoon, en zei: "Nu opnieuw. Deze [keer] zal ik [de] heer bedanken." Vanwege dit noemde zij zijn naam Iouda. En zij hield op met baren.